MOIRA

Videoconcept & realisatie

Kurt D’Haeseleer

Muzikale leiding

Stijn Saveniers

Muzikale realisatie

Catalina Vicens
Stijn Saveniers (dirigent)
Mireille Capelle (mezzo)
Karin de Fleyt (fluit)
Peter Merckx (basklarinet & electronics)
Marc Tooten (altviool)
Antoine Maisdonhaute (viool)
Lieselot Watté (cello)
Geert Callaert (piano)
Gaetan La Mela (percussie)

Compositie [incipits]

Daan Janssens

Scenografie en lichtontwerp

Aïda Gabriëls
Quentin Maes
Rui Barros

Dramaturgie

Kevin Voets

Aanvullende improvisaties en coda’s gebaseerd op Orlandus Lassus (1532-1594) – Hieremiae Prophetae Lamentationes

Geluid en mix

Bart Celis

Productie

HERMESensemble en Concertgebouw Brugge 2023. In
coproductie met Het Laatste Bedrijf.

Moira is de antieke Griekse godin van het lot, die beschikt over leven en dood van zowel mensen als goden. Ze kwam voor in drie gedaanten. Klotho, de spinster, ontwikkelt de levensdraad met haar spinnewiel. Lachesis rolt de gesponnen draad op of houdt hem vast – het is de godin die toedeelt en het lot bepaalt. Atropos snijdt onvermijdelijk de levensdraad door. De drie Moiren staan symbool voor een muzikale en visuele triptiek waarvoor de basisideeën werden uitgelokt door een essay van Peter Sloterdijk over het antropoceen, wat in Slotetdijks interpretatie verwijst naar een apocalyptische logica: een bewijs van het einde.

MOIRA van HERMESensemble, Catalina Vicens en Kurt D’Haeseleer neemt beelden van het roemruchte veertiende-eeuwse Tapijt van de Apocalyps uit het kasteel van Angers als basiselement. Het wandtapijt is een weergave van de ravages veroorzaakt door oorlog, de pest en hongersnood. Fragmenten van het tapijt worden op digitale wijze bewerkt en geanimeerd en de toeschouwer wordt meegezogen in de textuur en beeldende kracht van het ‘Wandtapijt van de Apocalyps’.

Het materiaal wordt gepresenteerd doorheen drie hoofdstukken, die chronologisch terug in de tijd evolueren. Het eerste deel – Atropos – biedt een dialoog tussen organetto en door AI gegenereerde video. Lachesis, het tweede deel, reflecteert op de Industriële revolutie in een ritmisch duet voor basklarinet en organetto, gedragen door elektronica. Aan Klotho wordt de benaming van het derde deel ontleend, waarin de [incipits] van Daan Janssens de apocalyptische beelden van het wandtapijt van Angers begeleiden.

Het visuele ontwerp voor het drieluik wordt geïnspireerd door de geschiedenis van de tapijtkunst en de evolutie van technologie en vakmanschap. De toeschouwer reist doorheen een audiovisueel fresco van een postindustrieel virtueel landschap naar het pre-industrieel tijdperk.