Herontdekking van de Waanzin

18

Uitvoeringen

Geen uitvoeringen gepland

donderdag 9 september 2004
Brussel, BOZAR
KLARAFestival van Vlaanderen

. Iannis Xenakis, Eonta (1964) (pianosolo: Geert Callaert)
. John Cage, Radio Music (1956)
. Pink Floyd, Atom Heart Mother (1970)
. Pink Floyd, A Saucerful of Secrets (1969)

DE HERONTDEKKING VAN DE WAANZIN
Gert Keunen

Ze wilden zo graag een popgroepje beginnen, die drie jonge kunstschoolstudenten uit Londen ergens in 1966. Seks, drugs en rock-’n-roll, vrouwen versieren en veel geld verdienen met de muziek die ze zelf tof vinden: de motivatie van Roger Waters, Rick Wright en Nick Mason was niet anders dan die van menig andere rockgroep. Ook al bereikten ze die doelstelling jaren later, hun nieuwe kompaan Syd Barrett zorgde ervoor dat de weg er naartoe over een geheel ander spoor liep.
De geniale Barrett – de waanzin in eigen persoon – maakte in volle hippieperiode van Pink Floyd de ruigste en extreemste groep van zijn tijd. Als een psychedelische trip in muziek verklankt, werden grenzen verlegd: minutenlange minimalistische soundscapes waarin dissonantie tot norm was verheven, conventionele songstructuren begraven werden en de grenzen van het rockinstrumentarium verkend. Pink Floyd werd het ultieme muzikale experiment, op de rand van muzikale anarchie. Met lange en uiterst luide improvisaties, losse muzikale structuren waarin alleen een begin- en een eindthema te ontwarren waren en gitaren die het niet zo nauw namen met akkoorden, zaaiden de jamsessies van Pink Floyd in kleine Londense clubs toentertijd heel wat chaos. Een Canadese radiomaker stelde in 1967 de vraag die menig goedaardige muziekliefhebber zou kunnen stellen: ‘Is dit dan de muziek die die van The Beatles zou moeten vervangen? Moeten de melodische harmonieën, de poëtische teksten en de soulvolle ritmes van vandaag in het archief worden gestopt en geheel ondermijnd worden door een psychotische golf van geluid en beeld zoals dat van Pink Floyd?’
Maar teveel drugs zetten Barrett buiten spel. Met David Gilmour als nieuwe gitarist werd een nieuwe episode in het Floyd-verhaal ingeluid. De groep had niet langer een dominerende frontman, maar was het resultaat van een hecht samenspel van vier muzikanten. Pink Floyd werd een groep van harde werkers die als een collectief musiceerde, en met een steeds groeiende cult-aanhang. En zo beleefde Pink Floyd tussen 1968 tot 1972 als groep zijn creatiefste periode. De psychedelica bleef nog steeds overeind,  maar de chaos verminderde, de visie werd uitgekristaliseerd, de grenzen nog meer verkend. Ummagumma uit 1969 vormt daarin een eerste hoogtepunt, waarop zowel hun kracht als live-band dan als studiomanipulatoren blijkt.
Geen van de Floyd-leden is een echt virtuoos te noemen, maar net uit hun beperkingen putten ze hun grootste kracht. Met een tomeloze experimenteerdrift werd het maximale uit hun instrument gehaald: een zoektocht naar vreemdsoortige klankkleuren, onorthodoxe speelwijzen, nieuwe elektronische apparatuur, vervreemdende collages en minimalistische structuren.
In 1970 brengt Pink Floyd Atom Heart Mother uit. Geen foto van de groep op de cover, zelfs geen vermelding van de groepsnaam. Alleen een foto van een koe. Het titelnummer duurt 23 minuten lang en heeft een langzame opbouw met thema’s die komen en gaan, steeds nieuwe elementen die worden toegevoegd en waarin rockinstrumenten samengaan met koperblazers en koorpartijen. De compositie kent wel een hoofdthema, maar dat wordt telkens op een andere manier gearrangeerd, opgesmukt met geluiden van hinnikende paarden, vallende bommen en wegscheurende motorfietsen en afgewisseld door telkens andere passages met een mijmerende viool, een solo voor slidegitaar, een funky riff tot desolate noise-collages en onheilspellende, psychopathische stemmen.
Maar tegelijk liet Atom Heart Mother ook een nieuwe Floyd horen: uitgesponnen, lyrische composities en zwaar georkestreerde instrumentale melodieën. Het nummer eindigt bovendien met een orgelpunt zoals in sommige klassieke symfonieën.
Daarmee had de groep de stap gezet naar de symfonische rock. Ook Pink Floyd zag rockmuziek als een ernstige cultuurvorm, wilde popmuziek volwassen maken.
Maar anders dan groepen als Yes en Genesis, miste Pink Floyd één belangrijk kenmerk van de symfonische rock: vergezochte complexiteit en maniëristische virtuositeit. Toch klonk de groep sinds 1973 – met de elpee Dark Side Of The Moon – geheel anders: zwaar geproduceerde rockplaten met verschillende op elkaar geplaatste lagen, opgesmukt met diverse klankbanden en ‘speciale effecten’ die worden verkregen door collagetechnieken, nieuwe opnameprocédés en het spelen met de nieuwste elektronica. Vanaf dan werd Pink Floyd een uiterst winstgevend megaspektakel dat zich steeds verder verwijderde van zijn experimentele begindagen en muzikaal enkel en alleen overeind werd gehouden door de sterke concepten, songs en het veelzijdige talent van de tot frontman gepromoveerde Roger Waters.
Zonder het zelf te weten, sloten de muzikale experimenten van de vroege Pink Floyd naadloos aan met die van de klassieke avant-garde. Het exploreren van elektronische apparatuur heeft de groep gemeen met Karel Goeyvaerts en Karlheinz Stockhausen, de tapecollages ogen zoals de musique concrete van Pierre Henry en Pierre Schaeffer, de ideeën van John Cage omtrent toeval en stilte weerklinken en de minimalistische structuren zijn verwant aan die van Terry Riley of La Monte Young. Toch waren rock en klassiek twee van elkaar afgesloten bastions. Nu – decennia later – staats niets een fusie in de weg.
En dat is meteen het uitgangspunt van dit Pink Floyd-project. Verschillende avant-gardestromingen van de jaren zestig komen met elkaar in contact, onderlinge verbanden worden gelegd en beide verworvenheden aan elkaar gerijmd. Met een uitgelezen bezetting wordt Pink Floyd op een andere manier geïnterpreteerd. De klassieke bezetting, inclusief strijkers, kopers en een voltallig koor, vraagt om een andersoortig arrangement. Maar tegelijk is dit project geen klassieke versie van de muziek van een groepgroep, en zeker geen symfonische rock.
Ook al worden klassieke instrumenten aangevuld met een deel van het typische Pink Floyd-instrumentarium (Hammond orgel, drums en de obligate gong en pauken), een ander deel wordt bewust vermeden. Zo wordt de elektrische basgitaar vervangen door twee contrabassen en zijn rockgitaren en slide-effecten het uitgangspunt voor verregaande arrangementen voor andere instrumenten. Tegelijk wordt ook een opvallende portie sampling toegevoegd en worden oude collages nieuw leven ingeblazen met de technologie van vandaag.
En zo wordt een andere cirkel rond gemaakt: de ambachtelijke en avant-gardistische collages van Pink Floyd waren destijds een vorm van sampling avant-la-lettre en vormen de basis voor de sample-experimenten die vandaag de avant-garde uitmaken

Vorige uitvoeringen

Geen vorige uitvoeringen