Credo in US

credoinUS

Uitvoeringen

Geen uitvoeringen gepland

William Russell, March Suite (1936)
Lou Harrison, Tribute to Charon (1939-’82)
–    Counterdance in the Spring
–    Passage through Darkness
William Russel, Chicago Sketches (1940)
Thomas Smetryns, Piano Environment (2007)
John Cage, Credo in US (1942)

Uitvoerders:    Koen Kessels, dirigent
Geert Callaert, piano
Gaetan La Mela, percussie
Roel Vander Spikken, percussie
Luk Artois, percussie
Thomas Smetryns, concept & percussie

Een van de belangrijkste innovaties wat betreft het instrumentarium van de twintigste-eeuwse klassieke avant-garde is zonder twijfel de fenomenale uitbreiding van enerzijds het slagwerkinstrumentarium, anderzijds de uiteenlopende gebruiken van deze instrumenten. Kort door de bocht zouden we kunnen stellen dat de ontdekking van de Indonesische gamelaninstrumenten door Claude Debussy op de Parijse wereldtentoonstelling van 1889 het begin inluidt van alle vernieuwingen in de muziek van vorige eeuw, en de meeste Europese avant-gardecomponisten zijn in hun experimenten en in de zoektocht naar muzikale alternatieven steevast vertrokken van de mogelijkheden van het slagwerk, denk maar aan Karlheinz Stockhausen, Iannis Xenakis, en Edgar Varèse. In Europa leefde de functionele overtuiging dat er om muziek te vernieuwen teruggegrepen diende te worden naar een soort oerinstrumentarium, het slagwerk dus. Naast de introductie van allerlei exotische instrumenten (gongs, bongo’s, conga’s etc.) ging men daarvoor ook zoek naar instrumenten uit het eigen verleden, bijvoorbeeld de herontdekking van de krotales, in oorsprong een Grieks slagwerkinstrument.

Het is interessant vast te stellen dat ook de Amerikaanse muziekvernieuwers hun eerste inspiratie vonden in de Oosterse percussie: Lou Harrison (1917-2003) was net als Debussy betoverd door de gamelans en schreef er verschillende werken voor. Tribute to Charon werd bedacht in de jaren dertig maar pas afgewerkt in 1982, en presenteert een uitgebreide selectie percussieve exotica als schildpadschilden, diverse gongs en Chinees slagwerk. Harisson had net als John Cage (1912-1992) compositie gestudeerd bij Arnold Schönberg, en het percussie-ensemble van Cage voerde zijn werk ook geregeld uit. Ook Cages Credo in US vraagt om een bonte verzameling slagwerk zoals gedempte gongs, tom-toms en blikken dozen, terwijl tegelijk prototypes van de “sound samples” worden geïntroduceerd (radio & fonoplaten). De pianist wordt in dit werk ook gevraagd zijn instrument te bespelen als ware het een slagwerkinstrument, een gebruik dat later met name Karlheinz Stockhausen zou inspireren. William “Bill” Russell (1905-1992) was goed bevriend met John Cage, en legde in zijn oeuvre eveneens de klemtoon op percussie. Daarnaast was Russell ook actief in de jazzscène van New Orleans, en werd zijn werk sterk hierdoor beïnvloed. Zijn Chicago Sketches werden ook geschreven voor de slagwerkgroep van Cage, en vergen een bevreemdend alternatief instrumentarium als de reiskoffer en wasbord, naast fysieke percussieëffecten (vingerknippen, voetstampen). Thomas Smetryns is als hedendaags Vlaams componist sterk beïnvloed door de Amerikaanse avant-garde, reden om zijn Piano Environment te programmeren, een pianowerk dat de brug slaat tussen de eigentijdse concertvleugel en waarschijnlijk het primitiefste slagwerkinstrument.

Vorige uitvoeringen

Geen vorige uitvoeringen